Salvador
Gisteren waren we weer terug bij Hotel Colonial in Manaus waar we een betere kamer kregen dan vijf dagen geleden. Jammer, want de kamer was alleen ter overbrugging en niet om te blijven slapen. Op de weg naar het hotel toe zagen we de stad bij daglicht: wat een vreselijke bende, we vroegen ons af of we hier wel over straat konden. We wilden een biertje drinken en wat eten, en na consultatie van de Lonely Planet concludeerden we dat we toch moesten lopen richting het Teatro Amazonas. Volgens de receptionist konden we prima over straat en hij gaf ook nog wat tips voor restaurants 'om de hoek'. Maar de eetlokalen in de directe omgeving van het hotel pasten perfect in het straatbeeld en nodigden dus niet uit om er maar ook met één teen binnen te treden. Op weg naar het theater liepen we door een winkelstraat waar het een drukte van jewelste was, een tropische versie van de Albert Cuypmarkt. Toen we aankwamen op het plein bij het Theater leek het wel alsof we een andere wereld instapten: alles zag er verzorgd uit, de mensen flaneerden rustig, een oase in de jungle. De koude bierjtes smaakten extra lekker in deze relatief idyllische omgeving. We konden hierna nog een half oogje dicht doen, want om 02:00 stond de taxi naar het vliegveld al weer klaar voor een lange vlucht naar Salvador, met stops in Belém, Fortaleza en Recife (vele vluchten maken hier tussenlandingen). Het ging dus extra lang duren, maar het voordeel was dat we een groot deel door de nacht konden vliegen.
In Savaldor hebben we onszelf verwend met een prachtig hotelletje midden in de wijk Pelourinho. Dit oude koloniale gedeelte is in volle luister hersteld en staat op de werelderfgoedlijst. Het hotel is in handen van twee Fransen, van de club, en dat zie je ook want de inrichting klopt aan alle kanten en het hotel is van alle gemakken voorzien. Hoewel de koloniale gevels in de wijk alle netjes in de verf zitten is het een supertoeristisch gebeuren: alleen maar souvenirwinkels en horeca. En natuurlijk een flink aantal kerken die helaas wat minder goed onderhouden zijn. Het zonnetje schijnt en het centrale plein is op een rommelige manier toch heel sfeervol.

Maar de zon schijnt fel, dus wij slenteren door de wijk en vinden een mooi plekje in de schaduw bij een leuk tentje waar we door een zeer vriendelijke dame aangenaam bediend worden. We genieten maar weer eens van de biertjes en we knabbelen aan superlekkere 'pastéis', ditmaal in een soort loempia-uitvoering.

Dat je je maar beter niet buiten het UNESCO reservaat kan begeven blijkt wanneer we - als intermezzo - een oratie krijgen van een passerende gedrogeerde pauper. We doen alsof we het niet verstaan, maar het komt er op neer dat we vuile racisten zijn, niets waard etc. Meneer zelf is trots op zijn kleur (raar want duidelijk niet van Afrikaanse komaf) en zijn armoede. De vraag is wie hier nou een racist is, aangezien hij juist het blankste stel uit de straat kiest om tegen te ageren. Bij dit soort mensen werkt repliek averechts dus we geven geen krimp maar denken weemoedig terug aan de koloniale tijd waar dit soort gedrag beloond zou worden met een ferme zweepslag. Overigens is in de meeste straatjes toeristenpolitie aanwezig, zo ook hier. Maar deze meneer blijft rustig op zijn stoeltje zitten en knippert nog niet met zijn ogen - dat zou immers té vermoeiend wezen...

's Avonds gaan we eerst naar het dakterras van het hotel om de drankbon die we bij het inchecken hebben gekregen in te wisselen. Het is er goed toeven: verzorg terras, mooi uitzicht, een heerlijk briesje en de caipirinhas zijn erg straf. (Cachaça is hier spotgoedkoop, een fles '51' is in de supermarkt 7 x goedkoper dan bij de Gall & Gall.)

Vanwege de hoeveelheid alcohol zweven we naar een restaurant om de hoek waar we in een pittoresk hofje een Moquecabestellen (klik op de link). Smul!
Reacties
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}