Fernando de Noronha
Fernando de Noronha ('Noronha') is een archipel op ongeveer 500km afstand van Recife. Maar liefst vier dagen verblijven we op dit eiland dat als eco-paradijs wordt omschreven. Ruim driekwart is aangewezen als natuurpark. Er mag maar een beperkt aantal toeristen per dag aankomen en er zijn slechts 2 vluchten per dag vanaf Recife. Dit is de vakantieperiode voor de Brazilianen en staat bekend als de drukste op Noronha, maar tot onze verbazing is onze vlucht voor slechts 30% bezet. Daar snappen we helemaal niets van. Bij aankomst op de luchthaven moet je een speciale milieubelasting betalen voordat je wordt toegelaten tot de hal met de bagageband. Gezien ons verblijf van 'slechts' 4 dagen bedraagt de belasting ongeveer EUR 85 per persoon. Ook laat men geen kans onbenut om te benadrukken dat je zuinig moet zijn met water en energie, geen afval achterlaat en de natuur moet respecteren. Voor ons spreekt dat eigenlijk voor zich...
We hebben één van de mooiste pousada's van het eiland geboekt, en ook hier krijgen we les in milieubewustzijn. Met de Amazone lodge nog in het achterhoofd denken we er het onze van, maar gelukkig is er gewoon warm water, stroom en airconditioning. De les lijkt meer gericht op de typische gasten: achteloos verkwistende nouveau riche uit São Paulo (als we de hoeveelheid opgeschept eten van het ontbijtbuffet dat vervolgens terzijde wordt geschoven als maatstaf nemen). Wij lopen iedere ochtend een paar keer heen en weer - een beetje beweging is geen overbodige luxe bij al dat lekkers - want het buffet is prima-de-luxe. Het restaurant van de pousada staat ook goed aangeschreven en daar hebben we ook menig maal (van) genoten. Jammer genoeg liep het teveel aan personeel als kippen zonder kop rond zonder met elkaar te communiceren, dus we hebben velen langs onze tafel zien komen. Eentje bleek voor de eerste keer een fles wijn te moeten ontkurken (!), hetgeen na veel gepruts gelukkig lukte zonder de kurk te breken.
Het feit dat je veel moeite moet doen en de nodige lappen moet neertellen om op Noronha te kunnen verblijven wordt 'beloond' met peperdure prijzen. 'Tja, alles moet natuurlijk van het vaste land komen'. Ons bekruipt toch wel het gevoel dat de 'eco' status van Noronha enigszins wordt misbruikt om de bezoekers eens flink leeg te trekken. Hoewel je op het eiland een buggy kan huren (EUR 100 per dag + brandstof) - leek ons echter niet heel milieuvriendelijk! - besluiten wij een aantal excursies te doen.
Op de eerste dag doen we een dagvullende eilandtour. Om 8 uur 's ochtends worden we opgepikt samen met een Braziliaans gezin die ook in onze Pousada verblijft en achterin een open jeep gezet. Het eiland is niet groot en naast de enige 'snelweg' van 7km in lengte, zijn de wegen onverhard en zeer hobbelig. Het idee is dat we vandaag een aantal stranden bezoeken en veel gaan snorkelen. Noronha heeft in totaal 17 stranden/strandjes, waarvan wij er vandaag 4 bezoeken en het uitzicht op andere hebben. Het eerste strand waar we om ruim 9 uur staan is al meteen raak. Het uitzicht van boven is prachtig, maar om er te komen moeten we wel 50 meter naar beneden, deels via een stalen ladder door een smalle gleuf in de rotsen! Het is mooi weer en het is heerlijk om te zwemmen en te genieten van de onderwaterwereld.

De toegang tot het tweede strand is makkelijk, maar vanaf hier klauteren we vervolgens over rotsen waarachter strand nummer 3 ligt. Ook hier snorkelen we weer. Het klapstuk komt aan het eind van de middag, als we in een rustige baai tussen schildpadden gaan snorkelen. Nou dat hebben we geweten. Het wemelt hier van de zeeschildpadden. Het water in deze baai is troebel van algen (het is ook maar een paar meter diep) en het is een bijzondere ervaring om eerst een contour van een schildpad te zien en dan elkaar letterlijk in de ogen te kijken. Meerdere malen dobberen we op ongeveer een meter afstand van de schildpadden, de meesten ongeveer 70-100 cm groot. We sluiten deze snorkeltrip af met een onverwacht bezoek van twee haaien van ongeveer 1.5 meter die langs en onder ons door zwemmen! Zo jammer dat we geen onderwatercamera hadden - dit was echt heel gaaf!

De tweede dag doen we 's ochtends een boottocht langs de kust van het eiland. We hebben natuurlijk al veel pracht en praal gezien en vinden deze tocht dan ook minder enerverend, gewoon een stukje varen langs de kust. Maar op twee plekken blijkt de zee vol te zitten met dolfijnen die voor de boeg komen zwemmen en enthousiast acrobatische toeren uithalen. Het is natuurlijk een onmogelijke taak om de kunsten met de camera vast te leggen, maar na veel knippen hebben we dan toch wat 'bewijs'.

Later op de middag gaan we naar een strand waar we nog niet zijn geweest en genieten we van de zee en de hoge golven.

Voor de derde dag willen we naar de natuurlijke zwembaden. Als we dit willen boeken horen we bij het hotel dat het al helemaal vol zit, maar dat we wel 's ochtends om zeven uur ons kunnen aanmelden en dan afwachten of we mee kunnen. Dat lijkt ons nou niet echt een succesvolle aanpak en we accepteren het 'verlies'. We kiezen ervoor om deze dag lekker te luieren aan het zwembad en te genieten van het uitzicht op de Morro Pico, de hoogste 'berg' op het eiland.

Later op de dag komen we het Braziliaanse gezin tegen die ons vertelt dat ze naar de baden zijn geweest en dat de kans heel groot is dat we mee mogen als we ons 's ochtends aanmelden. We besluiten daarom toch maar om op onze laatste dag een kans te wagen. 's Avonds genieten we van een grandioos buffetfestival in het restaurant van de Pousada. Het is een buffet met meer dan 40 lekkernijen (vooral vis uiteraard), gevolgd door een dessertbuffet. Volgens de Lonely Planet is dit wekelijkse festijn bekend door heel Brazilië, er komen in ieder geval veel gasten op af van het hele eiland.
Op onze laatste dag bezoeken we de natuurlijk zwembaden. Dit was ook weer erg bijzonder. Niet in de laatste plaats hoe het allemaal geregeld moest worden. Dit strand is afgeschermd en er mogen per dag maar 100 mensen komen. Drie à vier groepen per dag lopen eerst een half uurtje naar het strandje en mogen dan eveneens een half uurtje snorkelen in een natuurlijk zwembad dat alleen tijdens eb van de zee gescheiden is . Overvloedig worden de regels uitgelegd: geen zonnebrand gebruiken, niks aanraken, niet zwemmen maar rustig drijven, etc. We vragen ons af waarom de overheid een zwemvest niet verplicht stelt, want voor een aantal kneuzen bleek dat echt wel nodig te zijn. Bovendien is het goed voor de huurpenningen! Weer jammer van die onderwatercamera want het water is maar een halve meter diep en dus is het zicht uitstekend. We komen we weer heel wat leven tegen waaronder kleine haaien, grote vissen, kleine kleurrijke visjes, lelijke vissen met stekels, krabben, een duizendpoot en een smakelijk uitziende langoustine.

Als we terug zijn bij de Pousada genieten we nog een laatste keer van het ontbijt en relaxen we nog wat bij het zwembad voordat we ons klaarmaken voor de vlucht terug naar Sao Paulo (via Recife). Op de luchthaven worden we aangeschoten door een meisje die namens de overheid een enquete wil afnemen over ons verblijf op het eiland. Vooruit dan maar! Het detailniveau is bizar, ze wil zelfs weten wat we van de verkeersborden vinden! Na de zoveelste vraag vinden we alles gewoon 'goed' zodat we het gesprek snel kunnen afronden. Voordat we naar de gate kunnen moeten we uiteraard is weer langs de dames van de belasting. Er wordt gecheckt dat we inderdaad niet langer op het eiland zijn geweest dan wat we vertelden toen we arriveerden. Als dit geverifieerd is mogen we door een tourniquet en hebben we officeel goedkeuring om het eiland te verlaten. Dit eiland is daadwerkelijk een 'belastingparadijs', maar dan voor de ontvanger.

Olinda
Gisteren verlieten we de azuurblauwe zee in de vroege middag om onze rondreis te vervolgen. We hadden van Katia nog de tip gekregen om te gaan eten bij Calamares, net over de grens tussen Alagoas en Pernambuco. Calamares hebben ze niet, maar alles op de kaart zou prima zijn. Wij kozen voor een homp Picanha van 700 gram en lieten de bijgerechten maar achterwege. Het vlees werd afgebakken op een kolenstoof en de kok/bediende kwam iedere keer een lapje brengen. Het was overheerlijk!

De buikjes rond gegeten hadden we nog 100 km te gaan naar Recife/Olinda. Het werd een helse rit: we deden er drieënhalf uur over en de ellende begon met een hele lange file. Het asociale rijgedrag bleef ons verbazen: op de 'vluchtstrook', c.q. berm raasden regelmatig auto's langs. Twee uur dichter bij de stad kwam het verkeer een beetje los. Het was inmiddels pikdonker en het regende. Markeringen op de weg ontbraken, voetgangers en fietsers staken lukraak de weg over terwijl auto's links en rechts voorbij stuifden. Daar waar wel belijning aanwezig was, leek het niet meer dan een suggestie voor de weggebruikers te zijn: naar eigen goeddunken werd een driebaans weg gewoon vierbaans. Ook leuk was dat de weg soms plotseling versmalde. Dan werd je gewoon weggedrukt, invoegen is voor losers net zoals afstand houden. We bereikten ons hotel zonder kleerscheuren en omdat we op de vraag hoe de reis was een ietwat mopperig antwoord gaven, kregen we een Caiprinha aangeboden. Dat lieten we ons geen twee keer zeggen en we doken meteen de bar in.
We gaan vandaag de historische stad van Olinda verkennen - in koloniale tijden een zeer belangrijke plek. De tocht voert (uiteraard) langs talloze kerken en kleurrijke antieke huisjes. De Calvinistische Hollanders zijn hier trouwens ook een keer binnengevallen en hebben in 1613 menig katholiek gebouw in de hens gestoken.


Het is allemaal wat kleiner dan gedacht dus we kunnen rustig slenteren. Helaas is het weer niet zo mooi, en bij heftige een heftige regenbui schuilen we in nogal fors uitgevallen souvenirwinkel. Sommige prullaria zien er aardig uit maar we laten ons niet tot aankoop verleiden. Vanwege het onaangename weer keren we terug naar het hotel om te relaxen aan het zwembad.

We gaan vroeg naar bed en zullen de volgende ochtend ook vroeg opstaan, in de hoop dat we nog wat betere foto's kunnen maken in de (hopelijk aanwezige) ochtendzon. Dat lukt redelijk, waarna we uitgebreid ontbijten. Ondanks dat het zondag is, vertrekken we op tijd naar de luchthaven. We moeten nog een geschikte tankstation vinden (prijzen varieren heftig hier: van R$ 1,88 tot 2,40 per liter voor ethanol) en de auto bij Hertz inleveren. Het verkeer is aanmerkelijk vriendelijker, het tanken lukt voor een goede prijs en we vinden eenvoudig de weg naar de luchthaven. Daar eenmaal aangekomen staan er nergens bordjes voor huurauto's. Het zal wel, maar na een aantal rondjes rijden gaan we het maar ergens vragen. Hertz blijkt een aantal kilometers verderop te zitten! We krijgen de weg uitgelegd met een kaartje.Uiteraard lijkt de echte weg er helemaal niet op, maar met een beetje gevoel lukt het ons. Het inleveren duurt Braziliaans lang maar het krasje dat wij erbij hebben gezet wordt niet opgemerkt. Foutje, bedankt! We worden netjes naar de vertrekhal gebracht... Op naar Fernando de Noronha!
Maragogi
We nemen vandaag lekker de tijd. De afstand naar onze volgende bestemming is beperkt en we hebben dus alle tijd om lekker rustig aan te doen. We liggen wat in de hangmat te lezen en plannen de route voor vandaag. De routeplanner van Google maps suggereert een route die afwijkt van de kust, maar dat willen we nu juist niet. Op de kaart staat ook een weg langs de kust, de zogenaamde 'alternatieve' route 101 (de hoofdweg langs de noordoostkust). We ziendat we danwel een pontje moeten nemen om een rivier over te steken. Deze plek ligt vlakbij het punt waar de grote weg naar het binnenland afbuigt, dus we kunnen wel een gokje wagen.Op de kaart zien we voor de rest van de route een ononderbroken weg. Als we bij het dorpje aankomen blijkt tot onze verrassing dat er nu een brug is gebouwd, valt dat even mee! Na dit dorp blijft er echter niets anders over dan een zandweg, wat we toch wel gek vinden voor een gele (dus hoofd-) weg op de kaart. Maar er rijden nog meer auto's en we vertrouwen er dus maar op dat het wel goed komt. Uiteindelijk rijden we moederziel alleen over de zandweg, die vervolgens overgaat in kinderkopjes, dus we hebben er nog steeds vertrouwen in. Helaas eindigt deze weg bij een rivier waar brug noch pont is. F*ck Google!


Hadden we dan toch een ander zandpad moeten inslaan? Een eindje terug staat een wachthuisje waar we de richting vragen. Er zitten drie mannen te niksen die besluiten dat het veel te moeiljk is om de weguit te leggen. De 'hoofdopzichter' stapt op zijn motor en leidt ons door een doolhof van nog meer zandpaden naar een geasfalteerde weg. Deze rit duurt minstens een half uur en we bedanken de man uitvoerig voor zijn hulpvaardigheid.

Nu zitten we alsnog op de oorspronkelijk voorgestelde route. Na twee minuten rijdt aan de andere kant een verkenningsautootje van Google (met logo's en 3-D camera op het dak - nog nooit eerder gezien en dan uitgerekend hier!) en we onderdrukken onze drang om ze achterna te gaan om verhaal te halen...
Een avontuur rijker komen we aan in Maragogi, waar het helaas te laat is om nog van het strand te genieten. De eigenaresse van de Pousada is supervriendelijk en neemt de moeite en de tijd om ons van alles over de omgeving te vertellen. Katia praat (en vraagt) honderduit en is teleurgesteld dat we maar één dag blijven. Kiezen of delen voor de morgen. We kiezen er niet voor om met een boot naar het rif te gaan voor een excursie naar piscinas naturais (natuurlijke zwembaden), maar wel kiezen we op Katia's aanraden voor een bezoek aan Praia de Ponta Mangue. Het waseen gouden tip (de foto's spreken voor zich). Het blijkt dat we tot aan het verre rif kunnen waden. Naast de nodige beweging levert dit ons ook een verbrand bovenlijf (en inmiddels last, jeuk en vervelling) op.


Praia do Francês
De route vandaag gaat verder noordwaarts via Penedo en terug naar de kust richting Praia do Francês. Hoewel de wegen en het verkeer tot nu toe vrij goed waren, is het vandaag behoorlijk anders. Er is veel vrachtverkeer op de weg die door een heuvelig landschap gaat en de weg is enkelbaans. Het deert de Brazilianen niet, zij rijden als idioten en halen in voor een heuvel of een bocht zonder zicht. Met regelmaat wordt een denkbeeldige derde (midden) strook gebruikt. Wij rijden uiteraard netter in onze huurauto. Rond een uur of elf komen we aan in Penedo, een van de goed bewaarde koloniale steden in het noordoosten. De stad is ergens in het midden van de zestiende eeuw gebouwd en was in de zeventiende eeuw de plek waar de Nederlanders en Portugezen zwaar gevochten hebben voor de macht over het noordoosten.

We bekijken het oude centrum en de vele kerken, die overigens tot de best bewaarde koloniale kerken van Brazilië behoren. We sluiten ons bezoek af met een heerlijke lunch van Bacalhau a Gomes de Sá in een restaurant in het voormalig fort van prins Maurits van Oranje-Siegen.

Na Penedo willen we verder rijden langs de kust. Maar wat op de kaart een kustweg lijkt, blijkt in werkelijkheid een weg te zijn die net een paar kilometer van de kust loopt. We merken dat dit hier in het noordoosten betekent dat je dan door suikerrietplantages rijdt. Eindeloze groene velden van het spul. Het wordt verbouwd als grondstof voor Ethanol dat je hier kan tanken. Ook onze huurauto rijdt op dit goedje, lekker 'eco' zullen we maar zeggen. Helaas wel een beetje saai als uitzicht kilometer na kilometer. Gelukkig komen we na verloop van tijd weer in de palmboomplantages en de kustlijn terecht.

In de namiddag komen we aan op onze bestemming. Dan blijkt dat we een fout hebben gemaakt bij de boeking en per ongeluk de boeking voor de vorige dag hadden gemaakt. Het hotel heeft nog een kamer vrij en is zo aardig om ons daar nog alsnog in te laten verblijven. We dumpen snel onze spullen en nemen een duik in de zee. Die is hier met lekker veel goede golven, wat Praia do Francês ook een populaire plaats voor surfers maakt. Het is een klein, rustig dorpje dat 's avonds vrij rustig is. Naast een aantal veredelde snackbars zien we twee restaurantjes en daar genieten we later die avond weer eens van een Maqueca, deze keer met garnalen.

Aracajú
Aangezien we vandaag slechts 200 kilometer moeten rijden van Praia do Forte naar Aracajú, is het plan om lekker uit te slapen en eerst nog lekker van het strand te genieten voordat we gaan rijden. Na het ontbijt gaan we zwemmen in zee, maar het betrekt al snel en we zien de bewolking voorlopig nog niet wegtrekken. Het lijkt ons daarom beter om maar te gaan rijden en onderweg een leuk strandje te kiezen als de zon weer schijnt. De zon begint inderdaad weer te schijnen en als we min of meer halverwege de rit zijn rijden we richting een tweetal stranden die we op de kaart hebben gezien. Daarvoor moeten we wel een stukje van onze route afwijken. Wanneer we bij het eerste strand aankomen zijn we nou niet echt verrukt van wat we zien. Dit is overduidelijk een strand voor de lokale bevolking. Het is nogal een pauperige omgeving en het strand ligt vol met rommel, niet echt hoe wij het ons voorstelden. Dus rijden we naar het tweede strand op de kaart. Hoewel niet zo erg als het eerste, kan ook dit strand ons niet echt bekoren. Er zit ook niet een leuk tentje om te kunnen lunchen. We besluiten om dan toch maar weer terug te gaan op onze route en verder te rijden richten Aracajú.
Als we dichter bij de stad komen zien de stranden er beter uit. We zien een strandtrent waar het behoorlijk druk is en het er gezellig uitziet, dus stoppen we en gaan hier even eten. Het strand is enorm breed en uitgestrekt, maar de Brazilianen lijken allemaal op een hoop te gaan zitten rondom de plek waar eten en drinken voorhanden zijn. Niemand lijkt met z'n handdoekje verder het strand op te gaan, iedereen wil op een stoeltje onder een parasol bij de bar zitten.


We genieten van een biertje en Bolinhas de Bacalhau en zien hoe iedereen hier zich ongegeneerd in een miniscuul zwembroekje hult, ongeacht geslacht, leeftijd of postuur. We kijken onze ogen uit, maar veel lust voor het oog zit er niet tussen. Het is niet ver meer naar Aracajú en we rijden direct naar ons motel. We leggen onze spullen in de kamer en gaan naar het strand om nog even te genieten van de namiddag zon en af te koelen in zee.

Het motel dat we uitgekozen hebben is simpel, maar voldoet. We hadden dit ook uitgekozen omdat het twee straten verwijderd is van de populaire Passarela do Caranguejo, oftewel de krabbenlaan: twee straatblokken met restaurantjes aan de boulevard die allemaal deze lokale specialiteit serveren. We kiezen het restaurantje dat er wat ons betreft het leukst uitziet en bestellen uiteraard krab. De lokale wijze van het nuttigen van de beestjes is 'hamertje tik'. We krijgen een marmeren plateau en een houten hamertje en dan kan het feest beginnen.

Erg lekker, maar ook veel werk. Hoewel iedereen om ons heen de hele krab opeet, laten wij het alleen bij de poten. We openen nog wel de hersenpan van een krab, maar we weten het zeker...we laten het bij de poten. Naast hele krabben serveren ze ook nog allerlei andere gerechten met krab en we kiezen nog een schaaltje met krabvlees en pasteitjes met krab. Lekker!
Praia do Forte
Ook het ontbijt in hotel Amarelindo is zeer verzorgd en copieus. Eindelijk vruchtensap dat niet is aangelegd met water en een kilo suiker. Zo kan de Franse slag dus ook. We nemen ook nog even de tijd om onze verslagen over de Amazone te publiceren. Rond het middaguur nemen we een taxi naar de luchthaven - de ritjes hier zijn erg duur (€45) maar vanwege het afschuwlijke verkeer zijn we al lang blij dat we onze huurauto een dag later gaan ophalen. Dit duur volgens goed Braziliaans gebuik ruim een uur, waarna we de Rodovia de Côco (Kokosnoot-autoweg) richting Praia do Forte.

Deze badplaats is ook erg toeristisch maar dat deert ons niet. Eerst brengen we een bezoek aan TAMAR, een stichting die zich bezig houdt met het redden van schildpadden. Het parkje is met name gericht op educatie van kinderen en wordt hveig gesponsord door Petrobras, een zeer milieuvriendelijk bedrijf natuurlijk. Het is voor de goede zaak zullen we maar denken.


Het is laat in de middag en we willen naar het strand. Volgens de uitbater van het hotel is het een slecht tijdstip vanwege de vloed en er komt een heel verhaal over het hoe en waarom en waar we dan wel beter naar toe kunnen. We gaan zeker niet met de auto op pad en wagen het er op. Het lokale dorpsstrandje, waar ook de vissersbootjes liggen is bevolkt met lokale bevolking en een beetje smoezelig. We lopen dus langs de vloedlijn waar op sommige plekken de golven tegen de afrastering van de diverse privé appartementen en hotels beuken, hetgeen ons een natte broek bezorgt. Dan zien we ook wat de eigenaar bedoelde, want er ligt menig rotsblok verscholen onder de branding, niet erg prettig. Echter komt na korte tijd een mooi strand in zicht waar wij ons nedervleien en een heerlijke duik nemen in de Altalntische Oceaan. Helaas hebben we geen camera bij ons om dit mooie plekje vast te leggen, maar er liggen nog wel meer stranden in het verschiet.
Salvador
Gisteren waren we weer terug bij Hotel Colonial in Manaus waar we een betere kamer kregen dan vijf dagen geleden. Jammer, want de kamer was alleen ter overbrugging en niet om te blijven slapen. Op de weg naar het hotel toe zagen we de stad bij daglicht: wat een vreselijke bende, we vroegen ons af of we hier wel over straat konden. We wilden een biertje drinken en wat eten, en na consultatie van de Lonely Planet concludeerden we dat we toch moesten lopen richting het Teatro Amazonas. Volgens de receptionist konden we prima over straat en hij gaf ook nog wat tips voor restaurants 'om de hoek'. Maar de eetlokalen in de directe omgeving van het hotel pasten perfect in het straatbeeld en nodigden dus niet uit om er maar ook met één teen binnen te treden. Op weg naar het theater liepen we door een winkelstraat waar het een drukte van jewelste was, een tropische versie van de Albert Cuypmarkt. Toen we aankwamen op het plein bij het Theater leek het wel alsof we een andere wereld instapten: alles zag er verzorgd uit, de mensen flaneerden rustig, een oase in de jungle. De koude bierjtes smaakten extra lekker in deze relatief idyllische omgeving. We konden hierna nog een half oogje dicht doen, want om 02:00 stond de taxi naar het vliegveld al weer klaar voor een lange vlucht naar Salvador, met stops in Belém, Fortaleza en Recife (vele vluchten maken hier tussenlandingen). Het ging dus extra lang duren, maar het voordeel was dat we een groot deel door de nacht konden vliegen.
In Savaldor hebben we onszelf verwend met een prachtig hotelletje midden in de wijk Pelourinho. Dit oude koloniale gedeelte is in volle luister hersteld en staat op de werelderfgoedlijst. Het hotel is in handen van twee Fransen, van de club, en dat zie je ook want de inrichting klopt aan alle kanten en het hotel is van alle gemakken voorzien. Hoewel de koloniale gevels in de wijk alle netjes in de verf zitten is het een supertoeristisch gebeuren: alleen maar souvenirwinkels en horeca. En natuurlijk een flink aantal kerken die helaas wat minder goed onderhouden zijn. Het zonnetje schijnt en het centrale plein is op een rommelige manier toch heel sfeervol.

Maar de zon schijnt fel, dus wij slenteren door de wijk en vinden een mooi plekje in de schaduw bij een leuk tentje waar we door een zeer vriendelijke dame aangenaam bediend worden. We genieten maar weer eens van de biertjes en we knabbelen aan superlekkere 'pastéis', ditmaal in een soort loempia-uitvoering.

Dat je je maar beter niet buiten het UNESCO reservaat kan begeven blijkt wanneer we - als intermezzo - een oratie krijgen van een passerende gedrogeerde pauper. We doen alsof we het niet verstaan, maar het komt er op neer dat we vuile racisten zijn, niets waard etc. Meneer zelf is trots op zijn kleur (raar want duidelijk niet van Afrikaanse komaf) en zijn armoede. De vraag is wie hier nou een racist is, aangezien hij juist het blankste stel uit de straat kiest om tegen te ageren. Bij dit soort mensen werkt repliek averechts dus we geven geen krimp maar denken weemoedig terug aan de koloniale tijd waar dit soort gedrag beloond zou worden met een ferme zweepslag. Overigens is in de meeste straatjes toeristenpolitie aanwezig, zo ook hier. Maar deze meneer blijft rustig op zijn stoeltje zitten en knippert nog niet met zijn ogen - dat zou immers té vermoeiend wezen...

's Avonds gaan we eerst naar het dakterras van het hotel om de drankbon die we bij het inchecken hebben gekregen in te wisselen. Het is er goed toeven: verzorg terras, mooi uitzicht, een heerlijk briesje en de caipirinhas zijn erg straf. (Cachaça is hier spotgoedkoop, een fles '51' is in de supermarkt 7 x goedkoper dan bij de Gall & Gall.)

Vanwege de hoeveelheid alcohol zweven we naar een restaurant om de hoek waar we in een pittoresk hofje een Moquecabestellen (klik op de link). Smul!
Amazonas - Dag 4
Vandaag is de laatste dag in de jungle. We hebben nog een ochtenprogramma en dan zullen we na de lunch vertrekken. De ochtend bestaat uit een kanotocht door de ondiepe gedeelten tussen de bomen. Er zijn twee 2-persoons kano en 3 personen zullen bij Nigel in de grotere groepskano gaan. We peddelen heerlijk over het water en de zon schijnt weer. De Argentijnse tienerjongens hebben al snel een kano geclaimd, maar in hun haast hebben ze de verkeerde gekozen. Hun kano blijkt een klein lek aan de onderkant te hebben en na drie kwartier varen liggen ze dan ook al zeer diep in het water. En omdat er geen dop zit op hun afvoergat aan de bovenkant loopt daar ook water in en beginnen ze meer en meer te zinken. Ze moeten aan wal om de boot te legen. Wij peddelen soepeltjes verder en lachen in ons vuistje.

We zien tussen nog meer groen ook nog wat gieren van dichtbij, hier en daar een vlinder en een grote vieze spin waar we rakelings langsvaren. De Argentijnse vader lost één van zijn zonen af in de kano waarbij het vaartuig net niet omslaat (jammer!). Maar het lek is nog steeds aanwezig en wij wijzen hen er fijntjes op dat het misschien een goed idee is om de kano weer snel te legen. Als ze na enig gedraal de kant hebben bereikt is het net te laat en zinken ze tot hun middel onder water (gniffel). Als de jongen na het legen probeert in te stappen raakt hij tussen de twee boten te water. Niemand doet moeite om zijn lach in te houden en het jongetje is niet blij en geeft zijn papá de schuld met veel gemopper. Wat een verwend jong.

Bij terugkeer in de logde pakken we onze koffers want na de lunch vertrekken we al weer. de terugtocht is een belevenis op zich. Na een paar honderd meter varen valt de motor uit en is niet meer te starten, al proberen ze het tientallen keren (zo herkenbaar!!). Nigel en de kapitein gaan peddelen terwijl wij als prinsen geen vinger hoeven uit te steken. Gelukkig zijn we dicht bij het inheemse gezin waarvan we de buitenboordmotor mogen lenen die ook nog eens een stuk sneller is. Bij de brug staat een auto te wachten voor de reis naar het volgende dorp, alwaar we de rit zouden vervolgen met de eigenaar van de logde. Bij de benzinepomp aangekomen (die functioneers als het centrale dorpsplein) is die er natuurlijk niet. We rijden de nederzetting in en moeten uitstappen bij een frituurkot. Daar staat een andere 'taxi': een klein notendopje type Simca. We stappen in en worden vermaand de rugzakken ook achterin te proppen want er komt nog een familie op de achterbank bij André zitten die verderop in de nederzetting bij een ander frituurkot wordt opgehaald: inderdaad twee volwassenen en een kind proppen zich in de rammelbak. De chauffeur rijdt als een gek en Niels zit met zijn neus op een ster in de ruit waaromheen zit nog rode bloedspetters bevinden. Vandaag zijn er heel wat tegenliggers dit net zoals onze chauffeur over de hele weg zwerven vanwegen de kuilen. Erg leuk als je een grote truck op het midden van de weg op je af ziet komen. Maar het aller-allerergste moet nog komen: de chauffeur zet een CD-tje op en Celine Dion schalt door de auto heen, even later gevolgd door het hele oeuvre van Whitney Houston... Wat blij zijn we als we weer de overtocht naar Manaus maken, waar we weer even moeten wachten op een andere taxi. Hoera, we zijn weer in de bewoonde wereld.